Marcel (70) eet iedere week mee bij Resto VanHarte in buurtcentrum Holendrecht in Amsterdam Zuidoost. Voor hem zit sociale gezondheid niet alleen in hechte vriendschappen, maar juist ook in de kleine ontmoetingen tussendoor. Een praatje op straat, samen koffiedrinken of iemand uitnodigen om bij je aan tafel te komen zitten. “Je moet elkaar tenslotte eerst ontmoeten voordat er een vriendschap kan ontstaan.”
Sociaal contact is voor mij een belangrijk onderdeel van het leven. Niet alleen goede vriendschappen, maar ook de kleine ontmoetingen tussendoor vind ik waardevol. Een praatje op straat kan soms net zo belangrijk zijn. Je moet elkaar tenslotte eerst ontmoeten voordat er een vriendschap kan ontstaan.
Ik ontmoet mensen op allerlei manieren. Soms gaat dat bijna vanzelf. Mijn hond helpt daar bijvoorbeeld bij. Ik heb een grote bruine Duitse herdershond die een beetje op een wolf lijkt, dus we trekken nogal wat bekijks. Een hond is bij uitstek een heel sociaal dier. En die van mij is heel lief en sociaal. Kinderen komen vaak naar hem kijken, willen hem aaien en met hem spelen en zo raak ik vanzelf met hun ouders aan de praat.
Voor mij begint sociaal contact vaak met iets kleins. Een hond, een kop koffie, een wandeling of gewoon even naar buiten gaan. Dat het dan vaak spontaan ontstaat, maakt het voor mij extra leuk.
Van een ontmoeting naar een vriendschap
Ook bij Resto VanHarte heb ik nieuwe mensen leren kennen. Ik vind het prettig dat ik daar iedere week bekende gezichten zie. Als je elkaar regelmatig ontmoet, bouw je vanzelf een band op.
Maar ik vind het minstens zo belangrijk dat nieuwe gasten zich welkom voelen. Op een avond kwamen er twee mensen binnen die ik nog niet kende. Ik nodigde ze uit om bij mij aan tafel te komen zitten. We raakten aan de praat en ontdekten dat we allebei van jazz en blues hielden. Later vroeg een van hen of ik mee wilde naar een concert. Inmiddels gaan we regelmatig samen op stap.
Zo kan iets heel eenvoudigs uitgroeien tot een vriendschap. Het begon alleen maar met de vraag: kom je bij mij aan tafel zitten?
Verschillende sociale kringen
Resto VanHarte is niet de enige plek waar ik mensen ontmoet. Ik kom ook op andere momenten in het buurthuis, bijvoorbeeld voor een kop koffie, een ontbijtje of een activiteit. Er wordt hier ontzettend veel georganiseerd en ik kijk graag wat er te doen is. Ik doe aan van alles mee.
Daarnaast doe ik al 29 jaar vrijwilligerswerk bij Cordaan. Bij woon- en dagbestedingslocatie Eben Haezer help ik bijvoorbeeld in de tuin, drink ik koffie met bewoners en ga ik mee wandelen. Ook daar is in de loop der jaren een sociaal netwerk ontstaan. Je leert andere vrijwilligers kennen en zoekt elkaar soms ook buiten het vrijwilligerswerk op. We bellen elkaar. Als iemand ziek is, sturen we een kaartje of bloemen. Via bewoners leer ik soms ook hun familie kennen. En die kom ik dan vervolgens weer tegen in de buurt.
Zo lopen verschillende sociale werelden uiteindelijk door elkaar heen. Het zijn misschien eerst aparte kringetjes, maar na verloop van tijd komen die ook weer bij elkaar.
Openstaan voor een ander
Voor goede sociale contacten vind ik twee dingen heel belangrijk: openstaan voor elkaar en empathie.
Juist in Amsterdam Zuidoost geniet ik van de grote culturele diversiteit. Ik ontmoet mensen met allerlei achtergronden: Surinaams, Somalisch, Oekraïens, Zuid-Amerikaans. Daar leer ik nieuwe dingen van, bijvoorbeeld over gastvrijheid en hoe mensen met elkaar omgaan.
Ik vind het jammer dat in de samenleving vaak de nadruk ligt op de verschillen tussen mensen. In mijn eigen buurt ervaar ik juist hoeveel plezier en verbondenheid die verschillen kunnen opleveren.
‘Naar buiten gaan is al een sociale daad’
Mijn belangrijkste tip voor mensen die meer sociale contacten willen, is eigenlijk heel eenvoudig: ga naar buiten. Naar buiten gaan is op zichzelf al een sociale daad. Zodra je de deur uitstapt, kom je andere mensen tegen. Ik ben weleens na een ruzie boos naar buiten gegaan. Toen kwam ik iemand tegen met wie ik een heel leuk gesprek had. Daarna was ik bijna vergeten waar die ruzie ook alweer over ging.
Die behoefte aan saamhorigheid heb ik van huis uit meegekregen. Ik groeide op in een buurt waar mensen naar elkaar omkeken. Als bij een gezin aan het einde van de maand het geld op was, leenden buren elkaar een pakje boter of een kop suiker. Kinderen gingen samen naar het park of het zwembad. Je hielp elkaar als dat nodig was. Dat sociale heb ik altijd belangrijk gevonden.
Ook later in mijn leven heb ik steeds weer gemeenschappen opgezocht. Ik heb gereisd, me verdiept in spiritualiteit en onderweg allerlei verschillende mensen ontmoet. Steeds opnieuw merkte ik dat het contact met anderen mij veel brengt.
Zand erover
Bij sociale gezondheid hoort voor mij ook dat je accepteert dat contact niet altijd vanzelf gaat. Je kunt ruzie krijgen of elkaar verkeerd begrijpen. Ik kan zelf ook best boos worden, maar ik kan niet goed boos blijven. Daarom probeer ik uiteindelijk altijd weer het gesprek aan te gaan. Ik kan kritisch zijn op een ander, maar ik doe zelf natuurlijk ook niet alles goed. Ik vind het zonde om een vriendschap te laten stuklopen door een ruzie of misverstand. Dan praat ik het liever uit en zeg ik: zand erover.
Voor mij ontstaat een sociaal netwerk doordat je mensen blijft ontmoeten. Door iemand uit te nodigen om bij je aan tafel te zitten. Door interesse te tonen. Door zelf contact te zoeken. En soms ook door bereid te zijn om na een verschil van mening weer naar elkaar toe te bewegen.
En soms begint dat allemaal heel eenvoudig: door je voordeur open te doen en naar buiten te gaan.